
1945 – bevrijding van Indië in Zoetermeerse verhalen (1)
Actueel 102 keer gelezenOp 15 augustus 1945 capituleert Japan in Azië; twee dagen later, op 17augustus, roept Soekarno de republiek Indonesië uit. Beide data worden als bevrijdingsmomenten herdacht. Ook in Zoetermeer hebben oude en nieuwe inwoners herinneringen bij deze gebeurtenissen. Deze bijdrage is geschreven door Flip Bakker.
In mei 1945 is Nederland bevrijd, de oorlog in Azië duurt nog voort. In Zoetermeer meldt een groep van 22 vrijwilligers zich aan om Nederlands-Indië te bevrijden van de ‘Jappen’. Maar als in augustus de Republiek Indonesia is uitgeroepen, worden de bevrijders weer gezien als de koloniale onderdrukkers. We kennen de bloedige onafhankelijkheidsstrijd, de repatriëring van de Nederlandse krijgsmacht, de vluchtelingen en spijtoptanten. Ca. 300.000 Indonesiërs wijken uit naar Nederland. Er wonen nu zo’n 5.000 in Zoetermeer met een migratieachtergrond uit Indonesië; dat zijn bijna evenveel mensen als het totale inwoneraantal in Zoetermeer tijdens de oorlogsjaren.
Zoetermeerders naar Nederlands-Indië
Op Oudjaarsavond 1945 vertrekken 12 van de vrijwilligers met het troepenschip Alcantara naar Nederlands-Indië. Na hen zullen nog ruim 100 Zoetermeerse dienstplichtigen volgen, voor wat in Nederland eufemistisch de ‘politionele acties’ werden genoemd: de militaire operaties ‘Product’ en ‘Kraai’. Respectievelijk gericht op het veilig stellen van koloniale belangen en het uitschakelen van de revolutionaire leider: Soekarno. De Zoetermeerse dienstplichtige Joop Moers was met zijn eenheidstoottroepen betrokken bij de luchtlanding op Jogjakarta en de arrestatie van Soekarno, Kerst 1948. Soekarno werd gevangengezet op Sumatra. Piet Sulkers ,na zijn pensionering nog jaren sportverslaggever bij het Streekblad, was met zijn onderdeel van de Marechaussee (Militaire Politie) betrokken bij Soekarno’s transport en tijdelijke internering op Sumatra. ‘De Vergeten Dagboeken’ van Wim van Hamersvelt geven een meer uitvoerige beschrijving van zijn vrijwillige inzet als radiotelegrafist bij een operationele unit in Nederlands-Indië. De verveling van het nietsdoen, de spanning van het patrouille-lopen, het vuur van het vijandelijk treffen en de gevolgen van de strijd: vernielde infrastructuur, ontvolkte en brandende kampongs, verminkte oorlogsslachtoffers. Je leest ook over ontnuchtering en deceptie. Al bij de voorbereiding moet het doel worden bijgesteld: van bevrijding van de Jappen naar bestrijding van Soekarno. Op Java wordt het realiteit: de aankomst in Batavia (Jakarta) maart 1946 is nog glorieus en herinnert aan het enthousiasme waarmee de Canadezen als bevrijders in Zoetermeer werden ingehaald. In het veld is de stemming anders: de ene keer de onderdanige beleefdheid van een gekoloniseerd volk, soms de blijdschap van een ontzette minderheidsgroep (bijv. Chinezen), de andere keer de ijzige houding zoals thuis tegenover de Duitse bezetter. De twijfel groeit ook door politieke besluitvorming; internationaal stijgt de steun voor Soekarno, en brokkelt het Nederlands gezag in Indië af. Die twijfel klinkt ook door in de contacten met Europese burgers tijdens verlofperioden. En dan groeit de deceptie: waarom zijn we hier, en wat is het belang van onze inzet? Gemengde gevoelens van blijdschap als ze eindelijk naar huis mogen!
Het Indische verhaal van Ans Bosch
Ans van der Molen – Bosch woont al vanaf 1976 in Zoetermeer; ze neemt haar Indische geschiedenis mee. Ze is op 18 augustus 1941 geboren in Mojokerto, Oost-Java. Ans’ opa is een Friese gelukszoeker die in Indië een theeplantage begint. Zoals veel kolonialen, neemt hij een inlandse baboe als concubine. Ze krijgen 6 kinderen; Ans’ vader is een van de oudsten. Later trouwt opa een Europese vrouw. De baboe wordt teruggestuurd naar de dessa; de twee jongste kinderen mag ze houden... Haar opa van moeders kant is een Nederlandse jurist met een dubbele naam; haar oma is van gemengd bloed. In december 1941 breekt de oorlog ook uit in Indië, en op 8 maart 1942 capituleert het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL). Enkele weken na die capitulatie wordt haar vader geïnterneerd. Zijn vrouw kan hem in het kamp nog eenmaal opzoeken samen met baby Ans. Daarna worden ook zij geïnterneerd in een vrouwenkamp. Haar vader zien ze niet meer. Pas in 1944 krijgt haar moeder bericht dat hij is omgekomen bij een bombardement op een ziekentransport. Met haar charmes weet haar moeder malaria-medicijnen voor Ans te organiseren; zo weten zij te overleven. De bevrijding uit het kamp duurt – waarschijnlijk door de moeilijkbereikbare locatie – tot november 1946. Maar buiten het kamp is het haast nog onveiliger. In de beginfase van de revolutie – de Bersiap-periode – worden Europeanen en de vaak Nederlandsgezinde Indo’s van gemengd bloed, bedreigd en vermoord. Toch vinden ze voor een paar jaar onderdak in Malang (Java), totdat ze ook daar de dreiging van de ‘pelopors’ - verzetstrijders in de gebieden waar het koloniaalgezag nog heerst – ervaren. Ze vluchten naar Batavia. Met de verkoop van hun bezittingen kunnen ze de tickets betalen voor de overtocht in 1951 met het passagiersschip de “ss. Willem Ruijs”.
In de volgende aflevering meer Zoetermeerse verhalen over de bevrijding van Indonesië. Meer info: www.geheugenvanzoetermeer.nl/canonReacties welkom op: info@oudsoetermeer.nl













