
Er is maar één verantwoordelijk voor het verdwijnen van collectie
Actueel 3.583 keer gelezenMuseum de Voorde is bezig met het ontzamelen van haar collectie van 5000 museumstukken. Dat doen ze op een unieke manier want nog nooit is in museumland het ontzamelen participatief en voor het oog van de hele stad gebeurd. Dat er ineens pareltjes naar boven komen, is voor een aantal politici ongetwijfeld verrassend en ik hoop dat een aantal spijt heeft van het besluit om het museum te laten verdwijnen. Want het sluiten van de deuren betekent ook dat de collectie Zoetermeer gaat verlaten.
Immers, Museum De Voorde is een gecertificeerd museum en moet haar collectie dan ook ontzamelen volgens de museumwet de Lamo. Dit houdt in dat museumstukken niet mogen worden verkocht of worden gegeven aan een vrijwilligersorganisatie maar eerst moeten worden aangeboden aan andere gecertificeerde musea. Het Openlucht Museum in Arnhem blijkt al interesse te hebben en ook het Spoorwegmuseum wil het bord van het oude station hebben.
Deze werkwijze is alles behalve verrassend want tijdens de raadsvergaderingen heeft interim directeur Hans van de Bunte dit regelmatig aan het college en de raad voorgehouden. Hij kwam zelfs met het plan Doornroosje om de hele collectie in depot te houden zodat het in ieder geval compleet en in Zoetermeer zou blijven.
Toenmalig wethouder Blansjaar wilde daar niks van weten. Het is stuitend om nu op social media te lezen hoe Blansjaar ineens moord en brand schreeuwt over de ontzameling. Ik hoor hem nog zeggen. “Het Stadsmuseum in de Dorpsstraat was een zooitje”. Nu wil hij dat zooitje kennelijk houden. En de manier waarop hij praat over interimdirecteur Van de Bunte vind ik op z’n zachtst gezegd respectloos. Zo noemt hij Van de Bunte steevast ‘deze man’ die niet weet wat er in zijn depot zit. Lezen is kennelijk moeilijk want niet Van de Bunte maar de Spar zélf was verrast door het glas in loodraam. Ook verwijt hij Van de Bunte het Zoetermeerse erfgoed te verkwanselen. Blansjaar gaat daarbij voorbij aan het feit dat er maar één groep verantwoordelijk is voor het feit dat de klompenkar, de hondenkar en het Spar glas in loodraam de stad gaan verlaten. En dat is het huidige college en de gemeenteraad dat coûte que coûte ons enige museum en haar collectie weg wilde hebben uit de stad. Zelfs het in depot houden tot ‘betere’ tijden was teveel gevraagd. Hoeveel boter kan iemand op zijn hoofd hebben?
Door Hélène Ouwerkerk













