
Canon van Zoetermeer: 1930 Detailhandel (2)
ActueelZoetermeer - Tweewekelijkse rubriek over de 50 vensters van de Zoetermeerse canon. Deze bijdrage is geschreven door Lex Biemans.
Vanaf 1935 begint voor de winkeliers de klant echt Koning met een hoofdletter “K” te worden. Om geen klandizie te verliezen bezorgden alle winkeliers de boodschappen aan huis door heel Zoetermeer, ook naar de klanten die verder weg woonden bijvoorbeeld op de Zegwaartseweg, de Voorweg, Broekweg of zelfs helemaal in de Meerpolder. Iedere winkelier moest zo aan voldoende omzet zien te komen. Degenen die zich het konden veroorloven namen een bezorgknecht in dienst. Zo niet dan moest het hele gezin ingezet worden om de zaak draaiende te houden. Het kruideniers klantenboekje verscheen waarin de boodschappen werden opgeschreven die de volgende dag bezorgd moesten worden. Vaak werd tot laat in de avond nog aan huis bezorgd want het verkopen ging voor alles. Als er meerdere middenstanders waren in dezelfde branche (zoals bakker, slager of kruidenier) dan mochten ze bij toerbeurt (bijv. om de 2 of 3 weken) een toegewezen klant bezoeken. Vooral gezinnen met veel kinderen waren erg in trek want daar had je dan een goede klant aan. Het moest dan wel een gezin zijn van een notabele, groothandelaar of landbouwer want die hadden ondanks de crisis wel wat te besteden. De meeste ondernemers hielden zich aan die regeling ondanks dat sommigen toch de fout ingingen en klanten benaderden die niet toegewezen waren. Ze pleegden daarmee eigenlijk broodroof bij die middenstanders aan wie die potentiële klanten waren toegewezen en dat veroorzaakte vaak stevige ruzies.
Aan- en afvoer van goederen en producten
De meeste ondernemers waren voor hun producten afhankelijk van groothandelaren en producenten buiten Zoetermeer en Zegwaart. Vóór de jaren 30 waren de wegen nog erg slecht en ging het vervoer per paard en wagen. Onder toenmalig burgemeester Middelberg werden alle uitval- en toegangswegen van een teerlaag voorzien en kon het transport van goederen uit Den Haag, Leiden of Rotterdam naar hier gedaan worden per auto die de meeste ondernemers toen al hadden. Het bulkvervoer ging per beurtschip. De bekendste en grootste beurtschippers waren in die tijd de gebroeders Jaap en Anton van Beek. Burgemeester Middelberg gaf vervolgens toestemming om beurtschepen te motoriseren. Vooral Nutricia, Brinkers en ook De Spar maakten graag gebruik van deze vorm van transport.
Nieuwe klanten door uitbreiding van Zoetermeer
Woningnood was een kwaal die de twee dorpen een groot deel van de 20e eeuw teisterde. Dit werd ook veroorzaakt door de gestage bevolkingsgroei. In 1930 woonden er 4200 inwoners in het tweelingdorp. Bij de samenvoeging in 1935 waren dat er meer dan 5000 en in 1946 al 6300. In de naoorlogse jaren ging de harde strijd om de klanten gewoon door. De wederopbouw was in volle gang en zodra er nieuwe huizen beschikbaar kwamen konden ondernemers via de gemeente de nieuwe bewoners achterhalen en voor klandizie benaderen. Dat ging zo door totdat door de sterke groei van de bevolking de concurrentiestrijd afnam en iedere ondernemer een goede boterham kon verdienen. Vanaf 1949 traden de Zoetermeerse winkeliers voor het eerst na de oorlog weer gezamenlijk op grootse wijze naar buiten. Ze wilden de samenwerking van voor de oorlog weer oppakken. Geïnspireerd door de vele bevrijdings- en Oranjefeesten organiseerden ze de “Zoetermeerse Middenstand Tentoonstelling” afgekort ZOEMITENTO. De eerste tentoonstelling in 1949 had een omvang van 650 m² en stond op het terrein voor en naast de openbare school in de Dorpsstraat en zo probeerden de middenstanders de Zoetermeerse inwoners weer aan zich te binden want de crisis en oorlogsjaren lagen tenslotte nog vers in het geheugen. Behalve achterom keken de ondernemers ook vooruit. Zoetermeer streefde ernaar om een koopcentrum te worden ook voor de omliggende gemeenten. De tentoonstelling trok maar liefst 7000 bezoekers en dat op een bevolking van net aan 5600. Het succes van die tentoonstelling was zo geweldig dat die in 1954 gevolgd werd door een nog groter evenement maar toen op het nog braakliggende terrein bij de Julianalaan. De gemeente zorgde voor de aanleg van riolering en een toegangsweg terwijl de ondernemers om de tafel gingen zitten met de volkstuineigenaren daar om overeenstemming te krijgen over het tijdstip van ontruiming van hun tuinen. 5 dagen maar liefst hield de tentoonstelling de gemoederen in Zoetermeer bezig. 56 standhouders uit de plaatselijke middenstand lieten op 3500 m² expositieruimte zien wat de Zoetermeerse detailhandel de bevolking kon bieden. Het evenement kreeg de naam “Hollands Centrum” want vooral het gemeentebestuur wilde dat de handel zich op een veel bredere gemeenschap dan alleen Zoetermeer ging richten. De groeistad Zoetermeer was namelijk in wording. Toch was “Hollands Centrum” de laatste grote middenstandstentoonstelling in Zoetermeer.
Vanaf het midden van de jaren 60 ging de ontwikkeling van de detailhandel in Zoetermeer razendsnel. Nieuwe wijken zoals Palenstein en Meerzicht werden gebouwd met nieuwe aantrekkelijke winkelcentra met een groot aanbod van een breed assortiment aan levensmiddelen en gebruiksartikelen.
Meer info www.geheugenvanzoetermeer.nl/ canon, reacties welkom op info@oudzoetermeer.nl













