
Nu alvast plannen voor een aardgasvrij Zoetermeer
Actueel 131 keer gelezenZoetermeer - Zoetermeer schuift de ambitie om aardgasvrij te worden op van 2040 naar 2050. Maar daarmee verdwijnen de plannen niet. In vijf wijken begint de gemeente juist met de voorbereiding. Voor bewoners blijven ondertussen belangrijke vragen onbeantwoord: komt er een warmtenet, wat gaat het kosten en kunnen huiseigenaren straks zelf bepalen wat ze doen?
Door Hélène Ouwerkerk
In 2021 stelde Zoetermeer de Warmtevisie vast. Toen was het uitgangspunt dat de stad in 2040 volledig aardgasvrij zou zijn. Sindsdien is er veel veranderd. De gemeente wijst onder meer op nieuwe wet- en regelgeving, de veranderde rol van gemeenten en de toenemende druk op het elektriciteitsnet als reden voor de veranderde datum. Ook is er meer kennis gekomen over duurzame warmte en de ruimtelijke gevolgen daarvan. Het landelijke doel is inmiddels 2050.
Het nieuws dat Zoetermeer niet langer uitgaat van een volledig aardgasvrije stad in 2040 roept vragen op. Zeker bij inwoners van wijken die als eerste aan de beurt zijn. Want als de einddatum tien jaar opschuift, waarom wordt er dan nu al begonnen? En waarom begint de gemeente juist in Meerzicht, Buytenwegh, Driemanspolder, Stadscentrum en Entree?
Verantwoordelijk wethouder Kraneveldt laat weten dat het voorlopig vooral gaat om voorbereiden, onderzoeken en plannen maken. “Een definitieve keuze over de warmtevoorziening van een wijk ligt er nog niet. De vijf genoemde wijken zijn de gebieden waar de gemeente de komende jaren wijkuitvoeringsplannen gaat maken. En het betekent ook niet dat bewoners daar binnenkort verplicht van het gas af moeten. In zo’n wijkuitvoeringsplan moet uiteindelijk duidelijk worden welke warmteoplossingen mogelijk zijn, wat daarvoor nodig is en hoe de overstap kan worden georganiseerd. Bewoners en ondernemers worden volgens de gemeente bij dat proces betrokken”, aldus haar woordvoerder.
De keuze voor de eerste vijf wijken is gebaseerd op verschillende factoren. De gemeente kijkt onder meer naar de vraag of collectieve warmte kansrijk is. Ook nieuwbouwontwikkelingen spelen een rol, net als de sociaaleconomische situatie in een wijk en renovatieplannen van woningcorporaties en andere grote vastgoedeigenaren. Voor Meerzicht en Buytenwegh speelt bovendien mee dat deze wijken sociaaleconomisch kwetsbaarder zijn. Volgens de gemeente kan de warmtetransitie daar extra zwaar uitpakken voor huishoudens die nu al moeite hebben hun energierekening te betalen.
In Meerzicht, Buytenwegh en Driemanspolder wordt collectieve warmte als kansrijk gezien. Maar ‘kansrijk’ betekent niet dat al besloten is dat er een warmtenet komt. Dat moet de komende jaren nader worden onderzocht. Daarbij spelen technische, financiële en ruimtelijke factoren een rol. Ook wat de kosten zijn voor huiseigenaren, is nog onduidelijk. Deze kosten hangen immers samen met de uiteindelijke warmteoplossing en met de maatregelen die een woning daarvoor nodig heeft. Ook de financiële uitwerking van de gemeentelijke aanpak moet nog verder worden gemaakt.
Volgens de huidige voorkeursrichting lopen de structurele gemeentelijke kosten voor de warmtetransitie op van ongeveer 3 miljoen euro per jaar in 2028 naar bijna 4 miljoen euro in 2032. De gemeente ontvangt momenteel circa 3,8 miljoen euro per jaar aan rijksmiddelen voor de energietransitie en circulariteit. De volledige financiële dekking moet nog verder worden uitgewerkt. Daarmee is echter nog niet gezegd wat een individuele eigenaar uiteindelijk uit eigen zak moet betalen.
Volgens de wethouder is isoleren vaak al een logische eerste stap. “Maar ook hier geldt: de benodigde maatregelen verschillen per woning en zijn afhankelijk van de warmteoplossing die uiteindelijk wordt gekozen. Een eigenaar die nu gaat isoleren, doet dat dus niet automatisch omdat de gemeente straks een bepaalde warmtevoorziening voorschrijft”.













