
Canonvenster: Onderwijs vanaf het jaar 1570
Actueel 725 keer gelezenZoetermeer - Tweewekelijkse rubriek over de 50 vensters van de Zoetermeerse Canon. Deze bijdrage is geschreven door Lex Biemans.
Van de dorpen Zoetermeer en Zegwaart is bekend dat er al heel vroeg een school was gevestigd. Omstreeks het jaar 1570 ontving de plaatselijke schoolmeester uit de belastingopbrengst een jaarlijks traktement van 150 gulden, 75 gulden van Zoetermeer en 75 gulden van Zegwaart. Voor die tijd een goed salaris. Wanneer we bedenken dat toen een goede maaltijd met gebraden vlees 3 stuivers kostte en dat de prijs van een mand turf 4 duiten bedroeg (stond gelijk aan 2,5 cent) dan mocht de meester zeker niet klagen. In de 18e eeuw, toen het leven duurder werd en het salaris daarmee geen gelijke tred hield, moest een onderwijzer vaak als koster, klokkenluider of doodgraver bijverdienste zoeken.
In 1574 werd de katholieke kerk aan de Dorpstraat door de geuzen geplunderd. De pastoor nam de vlucht en in 1575 vestigde zich de eerste hervormde predikant van Zoetermeer, genaamd Wijnandus van Beek, die tegenover de kerk een school stichtte. Die school werd “openbaar” dat wil zeggen de overheid zorgde voor het onderwijs maar de richting werd bepaald door de – hervormde – kerk. De instructie voor de onderwijzer was erop gericht dat zowel het bijbels onderwijs als het onderricht in de catechismus een belangrijk deel van de leerstof vormden. In het jaar 1611 stond, getuige een gevelsteen die in de jaren 20 van de vorige eeuw nog leesbaar was, de school in de Dorpstraat van Zegwaart. Die gevelsteen is nu nog, hoewel ernstig beschadigd en verweerd, te zien boven het groene poortje naast de fotowinkel van Linthout. De bovenmeester woonde precies daar in dat huis aan de straat maar de schoollokalen stonden er achter. Kinderen moesten door die poort de school bereiken.
In 1777 werd ene Pieter Muyden door de toenmalige ambachtsheer van Zegwaart, de heer Gerardus van Aalst, als schoolonderwijzer aangesteld. Aan de school was een bovenmeester en een ondermeester verbonden. Armlastigen werden “om Gods wil” zonder betaling van schoolgeld toch onderwezen.
Schoolmeester, voorzanger en doodgraver
Omstreeks 1827 werd de heer J. de Puy tot hoofd van die school benoemd die in1837 vertrok, en dus moest een vervanger gezocht worden. Daarom plaatste de gemeenteraad de volgende advertentie: “Vermits door verplaatsing van den schoolonderwijzer J. de Puy naar ’s-Gravenhage waardoor deze functie aan de school te Zoetermeer en Zegwaart vacant is geworden, waaraan tevens tot hiertoe verbonden is geweest de waarneming der posten van voorzanger, koster en doodgraver, tegen een jaarlijks zuiver inkomen van 110 gulden! Zoo worden onderwijzers van den tweede rang, die tevens in staat zijn tot het waarnemen der kerkelijke bedieningen, daarvoor ook onderwijs aan behoeftigen te kunnen vertrekken en welke tot het meedingen naar een vergelijkend examen genegen zijn, door de plaatselijke besturen van Zoetermeer en Zegwaart uitgenodigd on zich te adresseren ter plaatselijke secretarie.”
Uit de vele aangemelde gegadigden werd uiteindelijk de heer Anthonie Noordijk aangesteld. Hij had wel een traktement van 300 gulden jaarlijks plus een deel der schoolgelden van ongeveer 120 kinderen bedongen. Daar was dan wel een toelage voor een ondermeester bij inbegrepen. Noordijk bleef tot 1874 als Hoofd der Openbare School in functie.
Het salaris van een hoofdonderwijzer werd in de jaren daarna aanzienlijk verhoogd. Zijn opvolger, de heer Gerardus A. Geerlings, toucheerde al een jaarwedde van 1300 gulden plus woning met tuin. Dat was voor die tijd een geweldig inkomen. Maar het gemeentebestuur eiste dan ook dat de nieuwe onderwijzer ook meer uitgebreid lager onderwijs zou kunnen geven en daarom in het bezit moest zijn van de akten Frans, wiskunde en tekenen, terwijl de akten Engels en Duits tot aanbeveling zouden strekken. Geerlings bekleedde deze functie tot zijn dood in 1895. Hij werd opgevolgd door meester G.J. Verwers die hier geruime tijd werkzaam was en zowel door de voorstanders van openbaar- als van bijzonder onderwijs in hoge mate werd gerespecteerd.
Bijzonder christelijk onderwijs
De eerste echte protestants christelijke school te Zoetermeer dateert van 1861. Een latere bekende hoofdonderwijzer van die school was meester Ket die daar van 1875 tot 1901 fungeerde. Ook dit schoolgebouw bevond zich achter het woonhuis van de meester.
In 1890 werd de eerste katholieke jongensschool in Zoetermeer geopend. De tegenover de kerk gelegen lagere school voor meisjes was al enkele jaren daarvoor in gebruik genomen. Voordien moesten de katholieke ouders kiezen tussen de openbare en de christelijke school. Een deel van hen gaf blijkbaar aan de christelijke school de voorkeur en zo kon het gebeuren dat de als zeer “rooms” bekendstaande Frans Gouweleeuw in de schoolbank zat naast de gereformeerde Pieter Jacobus van der Spek, de vader van onze voormalige voorzitter van het Historisch Genootschap Oud Soetermeer. De oecumene was blijkbaar ook al in de 19e eeuw aanwezig!
Dit is deel 1 van de onderwijscanon. In deel 2 de ontwikkelingen van het openbaar en bijzonder onderwijs vanaf begin vorige eeuw. Meer info: www.geheugenvanzoetermeer.nl/canon Reacties welkom op: info@oudsoetermeer.nl













