
Natuur onder de loep: van mus tot kraai
Actueel 178 keer gelezenZoetermeer – Kenners schrijven wekelijks over de natuur in Zoetermeer. Deze week een bijdrage van Arno van Berge Henegouwen.
Van mus tot kraai
Tijdens een fietstocht door Berlijn in 2000 kwam ik de eerste uit de dierentuin ontsnapte blauwe reiger tegen. Hij stond te vissen in een stadsvijver. Daarvoor bleven ze in de dierentuin om daar mee te eten met de leeuwen en de tijgers. Wij in Nederland kunnen ons het nauwelijks voorstellen, maar deze vrije reiger haalde de krant! De stad is al duizenden jaren een dynamisch leefgebied. Je kunt dat zien aan de snelle opeenvolging van de bewoners. Er zijn dennenbossen waar het aantal soorten vrijwel onveranderd bleef in tienduizend jaar. Hoe anders is de stad.
In de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw telde ik de huismussen en de spreeuwen bij mij in de buurt en volgde ik hun achteruitgang. Onder de dakgoten waar zij hun nesten maakten plaatsten woningcorporaties en huiseigenaren schroten om de huizen vrij te houden van parasieten. Daarop verdwenen de huismussen op veel plaatsen uit het straatbeeld.
Ongeveer tegelijkertijd zochten en vonden de veel sterkere kauwen een oplossing voor hun woningnood. Ze sloopten de schroten. Een nieuwe broedwereld ging voor hen open en ze namen enorm toe in aantal. Dat is tot vandaag zo gebleven. Daarvoor was de kauw holenbroeder in bomen en schoorstenen. Nu dient de opvolger van de kauw zich aan. De zwarte kraai is een stuk groter dan de kauw. De laatste paar jaar verandert hun gedrag. Ze worden minder schuw en mengen zich vaker tussen de kauwen. Ik denk, dat straks door hun concurrentie, de kauwen in aantal gaan afnemen. Onder daken broeden is er voor de zwarte kraai niet bij. Zij bouwen grote nesten in bomen. Maar je weet het nooit in de stad.













