
Canonvenster 1971-1981: Spaanse gastarbeiders bij Nutricia
Actueel 840 keer gelezenZoetermeer - Dit is tweewekelijkse rubriek over de vijftig vensters van de Zoetermeerse Canon. Deze vijftiende bijdrage is geschreven door Sieny Engelsman.
Op 8 april 1961 werd in Madrid de overeenkomst “inzake de aanwerving van Spaanse gastarbeiders” getekend. Dit was de officiële bekrachtiging van de werving en tewerkstelling van Spaanse arbeiders in vele Nederlandse bedrijven. Om het arbeidstekort dat door de wederopbouw in Nederland was ontstaan, op te heffen was men in het midden van de jaren vijftig overgegaan tot het aantrekken van buitenlandse arbeiders. De Spanjaarden vormden de tweede groep die naar Nederland werd gehaald. Sinds 1949 waren al Italianen in dienst van verschillende bedrijven. Ze waren een uitkomst voor de steeds groeiende economie. Ze vingen het tekort aan arbeidskrachten op en deden werk waarvoor Nederlandse arbeiders zich te goed voelden. Grote bedrijven zoals Hoogovens hadden minder prettige ervaringen met Italianen. Men verwachtte met Spanjaarden gemakkelijker te kunnen werken. Die waren door het politieke stelsel (Franco, fascistisch) meer gewend aan strenge discipline. Omdat de meeste arbeiders tussen de vijft en zestig uur in de week plachten te werken zouden ze bij de Nederlandse kortere werkweek wel snel bereid zijn om overwerk te verrichten. Die verwachtingen werden kennelijk bewaarheid want na 1967 wierf Hoogovens alleen nog Spanjaarden.
Internationaal forens
Een uit het buitenland afkomstige arbeider, die er is als hij nodig is en niet permanent blijft. Dat was een Internationaal Forens. Nutricia diende in 1971 een verzoek in bij het arbeidsbureau om Spaanse arbeiders te werven. Er waren steeds minder mensen beschikbaar voor ongeschoold werk. De vakbond was er fel op tegen. Hun mening was dat als het bedrijf ervoor wilde betalen de Nederlandse arbeiders dit werk ook wel wilden doen. Maar het arbeidsbureau ging overstag op voorwaarde dat de arbeiders in de allerarmste streken van Spanje zouden worden geworven. Dat werd Albacete (Castilië-La Mancha). De personeelsfunctionaris van Nutricia ging met een arts naar Spanje om de arbeiders te selecteren.
Er kwamen er eerst zestig. Daarna nog eens dertig. Zes mannen gingen naar de vestiging in Cuyk. De 84 anderen werden ondergebracht in een tijdelijk woonoord in Zoetermeer, naast het fabrieksterrein. De Spaanse ambassadeur kwam controleren of de werkomstandigheden en het woonoord aan de door Spanje gestelde eisen voldeden. Elke kamer had drie stapelbedden. Er was een kantinebeheerder, en een eigen keuken met een speciaal uit Spanje meegekomen kok. Hij was de enige wiens vrouw er vanaf het begin bij is geweest.
Ondanks de eerdere tegenstand werden de gastarbeiders direct opgenomen bij Nutricia. Freek Oosterbaan werkte bij Nutricia, was lid van de vakbond en sprak Spaans. Hij werd als bemiddelaar aangesteld. Hij vertelde over de aankomst. “Met een aantal bussen werden de mensen uit Rotterdam opgehaald. Mijn tegenstand was meteen weg toen ik de groep heel schamel geklede mannen zag. De meesten hadden alleen een kartonnen koffer bij zich en in plaats van veters hadden ze touwen in de schoenen. Ze waren erg gehoorzaam en liepen als hondjes achter me aan”.
De Nederlandse werknemers vonden het wel interessant om buitenlandse collega’s te hebben. Het was op zaterdagavond heel gezellig in de kantine waar de Spanjaarden muziek maakten. Vanuit de vakbond werd af en toe iets georganiseerd, zoals dagtripjes. Nutricia zelf deed niets. Sommige Zoetermeerse dames waren wel geïnteresseerd in de arbeiders. Maar geen van hen is aan een Nederlandse vrouw blijven hangen. De arbeiders kregen geen cursus Nederlands. De chefs van de afdelingen waar ze werkten kregen onderricht in de meest noodzakelijke woorden en uitdrukkingen. Zodat ze opdrachten konden geven. Voor moeilijke dingen zoals een bankrekening openen hielpen mensen van de vakbond en medewerkers van Nutricia.
Terug naar Spanje
Er was geen contract over de verblijfsduur. De meesten gingen terug als ze van mening waren dat ze hun doel bereikt hadden: een beter leven in Spanje. Ze konden veel sparen want hier hadden ze niet veel geld nodig. Alles werd voor hen betaald. Ook één keer in het jaar een reis naar Spanje. Ze waren bereid om elk werk te doen. Ook overwerk. Hoewel er geschoolde timmerlieden en monteurs tussen zaten werden ze allemaal voor ongeschoold werk aangenomen. Tot 1981 woonden Spanjaarden in het woonoord. In dat jaar startte de terugkeer. Uiteindelijk werd een appartement voor de paar overblijvenden gehuurd. In 1994 waren nog drie gastarbeiders in dienst van Nutricia. Twee zijn na hun vervroegde pensionering terug naar Spanje gegaan. De derde is met zijn Spaanse echtgenote Nederlander geworden.
De gastarbeiders bij Nutricia vormden aan speciale groep. Ze kwamen uit hetzelfde dorp, waren samen in militaire dienst geweest en gezamenlijk naar Zoetermeer vertrokken. De meesten hebben een prima toekomst op kunnen bouwen. Na terugkomst werden ze slager, mecanicien, winkelier en boer. Eén gebruikte zijn in Nederland verdiende geld als startkapitaal om een zeer florerend vrachtwagenbedrijf op te zetten.













