
Natuur onder de loep: pissebedden
Actueel 709 keer gelezenZoetermeer - In deze rubriek schrijven kenners over de natuur in Zoetermeer. Deze week een bijdrage van insectenliefhebber en IVN-lid Rob Schouten. Over een beestje met een vreemde naam.
Pissebedden
In mijn vorige bijdrage schreef ik dat je veel beestjes kunt vinden als je een steen of bloempot in je tuin optilt. Pissebedden bijvoorbeeld. Vreemde naam! Men dacht lang geleden dat de pissebed hielp tegen bedplassen. De dokter schreef gemalen pissebed voor als medicijn, of men legde het diertje in bed om het plassen te bevorderen of te stoppen. Men dacht namelijk dat de stof die de pissebed afscheidt als bescherming tegen vijanden heilzaam was voor de blaas.
Pissebedden zijn schaaldieren, zoals de krab of kreeft. Ze hebben 7 paar poten en een plat, ovaal lichaam met een pantser. Het zijn nachtdieren, gevoelig voor uitdroging. Ze ademen namelijk door kieuwen, net als hun soortgenoten in het water. Die kieuwen moeten vochtig worden gehouden. Daarom zien we ze vaak op vochtige, donkere plekken zoals onder stenen of vermolmd hout.
Nederland kent 37 soorten pissebedden. In onze tuinen zien we vooral de ruwe en de oprolpissebed. De laatste kan zich oprollen ter verdediging of om uitdroging te voorkomen.
Pissebedden hebben een harnas dat niet meegroeit met het lichaam. Daarom moeten ze om de vier weken van huid wisselen. Dan zijn ze erg kwetsbaar voor vijanden zoals muizen, spinnen en duizendpoten, tot de huid weer hard als een harnas is geworden.
Ook de mens is een vijand voor de pissebed. In het najaar ontdoen we vaak de tuin van bladeren en takjes. Maar juist in die laag leeft de pissebed. Hij zorgt voor de vertering van dat dode organische materiaal, wat een belangrijke voedselbron is voor planten. Dus in de herfst niet alles opruimen maar ook hier en daar die laag laten liggen. De planten worden daar blij van.













