
Canonvenster bij het jaar 1270: Floris V – graven en ambachtsheren
Actueel 881 keer gelezenZoetermeer - Dit is een tweewekelijkse rubriek over de 50 vensters van de Zoetermeerse Canon. Deze (vijfde) bijdrage is geschreven door Sieny Engelsman.
In 1296 werd Floris V vermoord bij het Muiderslot. Bezoekers aan het Muiderslot wordt het verteld. Misschien zijn er lezers die zich dit van de geschiedenisles op school herinneren. Floris had zelf opdracht gegeven om het slot te bouwen. Sinds zijn twaalfde was hij graaf van Zeeland en Holland. Zijn voorouders bouwden een jachtslot in Die Haghe . Vermoed wordt dat hij daar de Ridderzaal voltooide rond 1288.
Behalve bouwen voerden de graven ook oorlog. Vaak om hun gebied te vergrootten en te verdedigen. Daar was geld en mankracht voor nodig. Daar moesten de onderdanen voor zorgen. Zij betaalden een soort belasting en hadden dienstplicht.
Er woonden nog weinig mensen in Holland. Het land bestond uit een groot moeilijk toegankelijk veengebied. Vaak aangeduid als die wildernisse: de wilde venen en het barre woud. De mensen leefden van landbouw en Veeteelt. Men groef putten in het veen totdat vruchtbare kleigrond werd gevonden. De kleigrond werd gebruikt om de akkers vruchtbaar te maken.
Zoetermeer en Zegwaart
Zoetermeer is genoemd naar een natuurlijk meer: het Zoetermeer. De graaf van Holland, waar Zoetermeer en Zegwaart onder vielen, was zelf leenman van de koning van Duitsland maar hij kon zijn grond ook zelf weer belenen. Daardoor kreeg hij recht op een tiende deel van de opbrengst van de verdiensten van de boeren.
Tot 1935 waren Zoetermeer en Zegwaart afzonderlijke gemeenten. Waarschijnlijk is Zoetermeer ouder dan Zegwaart. In oude geschriften is vermeld dat het ambacht Zoetermeer een soort belasting, de botting, betaalde aan de graaf. De graaf maakte af en toe een ronde langs verschillende plaatsten. Hij hield onder andere ook rechtszittingen. De onkosten die de graaf en zijn gevolg maakten werden betaald door de inwoners. De naam Zegwaart komt op de lijst niet voor. Na 1100 stopte deze manier
van betalen. Het graafschap werd verdeeld in zelfstandige ambachten. Rond 1281 wordt het ambacht Zegwaart het eerst vermeld. Dan beleent Floris een deel van Zegwaart aan zijn drossaard Dirk II van Teylingen. Een drossaard of drost was een functionaris die de graaf in een bepaald gebied vertegenwoordigde om de openbare orde, wetgeving, rechtspraak en verdediging te handhaven. Hij wordt ook wel baljuw genoemd.
Een ambacht is het gebied dat onder het gezag van een schout valt. Werd ook bekend als schoutambt. De schout werd benoemd door de graaf. Meestal ontving de schout het ambt in leen. Hij werd ambachtsheer. Het woord lenen zegt het al. Na zijn dood moest het leengoed terug naar de graaf. Maar vaak werd bepaald dat de oudste zoon het kon erven. Andere familieleden, ook dochters konden het kopen.
Zegwaart en de wildevenen
De eerste bekende ambachtsheer van Zegwaart is Florens van Brederode. Hij is niet de zoon van Dirk II. Daarom is het waarschijnlijk dat hij de leen van de graaf van Holland heeft gekocht. Hij was heer van Doortoghe , van Zegwaart en Zevenhuizen. Ridder Florens ontving een deel van de tienden van Zegwaart en een deel van de belasting die het ambacht Zoetermeer aan de Graaf van Holland verschuldigd was. Als leenheer van het huis te Doortoghe met 33 morgen land voerden hij en zijn familie ook de naam Van de Doortoghe. (Een morgen land is iets minder dan 10.000m², een hectare.) .
Hij werd opgevolgd door zijn zoon Floris van den Doortoghe. Diens zoon Dirk had alleen een dochter, Beatrijs. Zij kon niet erven. Maar wel kopen. Zij betaalde 450 pond voor haar leen. Beatrijs was getrouwd met Wouter II van Egmond. De volgende generatie die de ambachten Zegwaart en Zevenhuizen in leen had heette dus Egmond. Een van de belangrijkste adellijke familie in Holland. In 1370 kreeg Willem van Egmond van zijn oudere broer Arnoud deze beide ambachtsheerlijkheden in leen. Bij het ambacht van Zevenhuizen hoorde ook nog circa 640 morgen woeste grond, de wildevenen. Willem I kreeg toestemming om hier veen af steken, ook wel veen delven genoemd.
Veen delven voor brandstof
In Zegwaart werd van oudsher koren verbouwd. Maar door de veenlaag werden de korenvelden steeds natter en was het moeilijk om de grond droog te houden. In 1373 kregen bezitters van de landen in de Bovenwegse polder ten zuiden van Zegwaart, toestemming om een nieuwe afwatering aan te leggen. Het water werd afgevoerd via de Rotte in de Hollandse IJssel. Ook de Zegwaartse buren van de Buitenwegse polder mochten via het lager geleden Schieland uitwateren. Maar het water bleef een probleem. Ook liep de behoefte aan landbouwproducten terug. Er kwam wel steeds
meer vraag naar goedkope brandstof. Die brandstof heette turf. En dat was uit de veengrond heel goed te leveren. Niet alleen Willem I ging veen delven. Maar ook de inwoners in Zegwaart kregen daarvoor toestemming.
Willem I van Egmond werd de eerste bewoner van Huize Palenstein.
Meer informatie via www.geheugenvanzoetermeer.nl. Reacties via info@oudsoetermeer.nl.













