
Nieuw afvalbeleid in de wacht
Actueel 1.791 keer gelezenZoetermeer - Het college van B&W stelt voor om met definitieve besluiten over het nieuwe afvalbeleid, waar de gemeente Zoetermeer aan werkt, te wachten. Landelijke ontwikkelingen kunnen namelijk grote gevolgen hebben voor het huidige inzamelsysteem voor plastic, blik en drinkpakken (PBD). Voor Zoetermeer betekent dit dat het huidige systeem opnieuw bekeken moet worden.
Door Janneke van der Ende
Gemeente Zoetermeer is bezig met een nieuw afval- en grondstoffenbeleid. Hierbij vormen vijftien adviezen van het burgerberaad uit 2024 het uitgangspunt. Nu de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) op 18 juni 2025 een besluit neemt over een nieuwe landelijke Ketenovereenkomst Verpakkingen, staan besluiten hierover in de wacht. Wethouder (Afval) Wim Blansjaar: “Wij worden door de toekomst ingehaald. We waren goed bezig, maar volgende week zal waarschijnlijk een motie aangenomen worden voor een landelijk afvalbeleid. Dat betekent dat wij weer opnieuw moeten rekenen.” In het voorstel staat bijvoorbeeld dat PBD niet meer ondergronds ingezameld mag worden. “Dit betekent dat de ondergrondse containers in Zoetermeer daar niet meer gebruikt voor mogen worden. We weten niet in welke tijdslijn dit zou moeten gebeuren, maar dit betekent wel een forse verandering.” Deze veranderingen kunnen gevolgen hebben voor de inrichting van de openbare ruimte, de routes voor afvalinzameling, de service aan inwoners en de kosten. De VNG zou, volgens Blansjaar, met deze nieuwe richtlijn vervuiling in het PBD-afval tegen willen gaan. Blansjaar is niet te spreken over de richtlijn. “Wij zullen tegen de motie stemmen, want het is niet gunstig voor Zoetermeer. In Zoetermeer hebben wij slechts één procent afkeuring van het ingeleverde PBD. In andere woorden: er wordt hier keurig afval gescheiden.” Vooral voor Oosterheem zal de nieuwe richtlijn, volgens hem, een probleem vormen. Alle containers zitten daar ondergronds. Hoewel definitieve beleidskeuzes nog even op zich laten wachten, stelt het college voor om enkele verbeteringen, geleid door de burgerberaad-adviezen, wel al te starten. Zoals het verbeteren van communicatie en herkenbaarheid bij milieu-eilanden en het uitbreiden van de samenwerking met scholen. Ook wordt er een onderzoek gestart naar geschikte inzameloplossingen voor Oosterheem. “Waar mogelijk willen we binnen het huidige beleid deze aanbevelingen uitvoeren. Zodra de nieuwe landelijke richtlijn bekend is, verwerken we dit in het definitieve plan”, besluit Blansjaar.













