
Verwarring over scootmobiel: Bang voor isolement
Actueel 2.061 keer gelezenZoetermeer - De moeder van Ton ging in september 2024 op zoek naar een nieuwe woning. Mevrouw (78) is slecht ter been en heeft daarom een eis: het moet mogelijk zijn om een scootmobiel voor haar deur te plaatsen. Volgens haar zoon heeft Vidomes, tijdens de bezichtiging van een appartement voor 55-plussers, verteld dat dit mogelijk is. Echter lijkt dit uiteindelijk niet zo te zijn, want de wettelijke regels voor het veilig stallen van scootmobielen zijn aangescherpt. Mevrouw woont nu in het appartement met de vrees dat zij in een isolement zal raken.
Mevrouw doet in oktober een aanvraag voor een scootmobiel bij WMO. Het aanvragen van een scootmobiel door een huurder van Vidomes verloopt namelijk via de afdeling WMO van de gemeente. De afdeling beoordeelt of de huurder een scootmobiel nodig heeft en de aanvraag wordt vervolgens doorgestuurd naar Vidomes met de vraag of er een stallingsmogelijkheid is. Tot haar verbazing wordt haar aanvraag door de WMO afgekeurd. “Vanuit de wet moet er een veilige stallingsmogelijkheid zijn op het moment dat de bewoners een scootmobiel gaan gebruiken”, aldus Vidomes. Door de aangescherpte wettelijke regels, was er in dit geval geen veilige stallingsmogelijkheid. Ton: “Mijn moeder is door de afkeuring verdrietig en bang dat ze zonder scootmobiel in een isolement zal raken.”
Niet in algemene ruimten
De wettelijke regels voor het veilig stallen van scootmobielen zijn vanaf 1 juli 2024 vanwege de brandveiligheid aangescherpt. “Dat betekent dat er geen scootmobielen in vluchtroutes en algemene ruimten van woongebouwen mogen staan”, aldus Vidomes. “Scootmobielen mogen in de eigen woning of berging gestald worden, mits er voldoende ruimte is om in geval van nood te kunnen vluchten. Als dit niet mogelijk is, moet de scootmobiel in een aparte stallingsruimte worden geparkeerd.” In het appartement van mevrouw is, volgens Ton, geen ruimte om de scootmobiel te stallen en dus lijkt zij afhankelijk van een aparte stallingsruimte. Tijdens het schrijven van dit artikel is zoon Ton benaderd door Vidomes. Zij willen een nieuwe definitieve stallingsplaats realiseren die, naar verwachting, eind 2025 gereed moet zijn. Ook nemen zij contact op met WMO om te stimuleren dat er een oplossing komt voor de komende maanden. “Wij begrijpen heel goed dat de situatie voor deze mevrouw en haar zoon stressvol is. Voor ons geldt echter helaas een beperkte mogelijkheid om de situatie op te lossen in de tijdelijke situatie. Wij hebben mevrouw en haar zoon daarom geadviseerd om nogmaals de WMO-afdeling te vragen om een passende oplossing te vinden voor de periode totdat de nieuwe stallingsruimte klaar is.”
Geen andere situaties bekend
Bij de woordvoerder van Vidomes zijn geen andere situaties, zoals die van mevrouw, bekend. “De communicatie over het aanvragen van een scootmobiel verloopt doorgaans goed. Huurders zijn op de hoogte van de wettelijke regels en onze aanpak. Huurders zijn zelf verantwoordelijk voor het aanvragen van hun scootmobiel.” Toch rest dan de vraag hoe deze verwarring heeft kunnen ontstaan. Volgens Ton zijn zij door Vidomes verkeerd ingelicht, waardoor mevrouw nu in een appartement woont waar een scootmobiel stallen (in ieder geval) voorlopig niet mogelijk is. “In de communicatie met mevrouw en haar zoon is mogelijk verwarring ontstaan over het wel of niet mogen stallen van de scootmobiel op de galerij”, vertelt Vidomes. “We zijn graag zo duidelijk mogelijk over ons beleid, juist omdat scootmobielen voor onze huurders belangrijk zijn en wij daarnaast aan wettelijke regels moeten voldoen. We betreuren in ieder geval de verwarring en leren hier ook weer van.” Ton hoopt dat de definitieve stallingsplaats snel wordt gecreëerd.
De aanvraag voor een tijdelijke stallingplaats ligt nu voor bij de WMO. “Ik heb geen idee waar ze de tijdelijke stallingsplaats willen gaan realiseren. Wanneer deze stallingsplaats voor mijn moeder te ver lopen is, ga ik er niet mee akkoord. Wat ik mij wel afvraag is hoe ze het probleem in het appartementencomplex verder gaan oplossen. Als mensen niet meer dan vijf meter kunnen lopen, wat dan?”













