
IJshockeyclub Zoetermeer Panters heeft het niet makkelijk
Actueel 2.020 keer gelezenZoetermeer – Het eerste team van ijshockeyclub Zoetermeer Panters startte vorig jaar voor het eerst in de Eredivisie. Ze hebben één doel: kampioen worden. Nu het einde van het seizoen in zicht is, vertelt voorzitter van de ijshockeyclub Hans Toonen wat zijn verwachting is en hoe het momenteel met de gehele club gaat.
Door Janneke van der Ende
Het team heeft, door mee te doen aan de Eredivisie, eigenlijk een stap terug gedaan. “We speelden eerst in een hogere league, de BeNeLiga”, legt Toonen uit. “Helaas bleek die league enorm belastend voor de spelers. Ze moesten twee wedstrijden in een weekend spelen en maakten lange reizen naar uitwedstrijden in Nederland en België. De bezoekersaantallen vielen ook tegen en dus zetten we de stap terug.”
Play-offs
De Eredivisie is een competitie van twaalf Nederlandse ploegen. De beste acht teams strijden om een kampioenschap in de play-offs vanaf midden februari. Zoetermeer Panters staat momenteel op de zevende plek. “De play-offs worden spannend”, vertelt Toonen. “Natuurlijk is onze droom om kampioen te worden. We zijn één keer eerder kampioen geweest, maar dat is al zeker twintig jaar terug. Ik sluit een kampioenschap dit jaar niet uit. Ik verwacht dat we in ieder geval in de top vijf zullen eindigen.”
Familieclub
Toonen vindt een hoogtepunt van dit jaar, zoals ieder jaar, de toewijding en inzet van een grote groep vrijwilligers. “Ik omschrijf onze club als een gemoedelijke familieclub. Veel jongens zijn trouw aan ons en blijven lang ‘plakken’. En wanneer we beginnen aan een seizoen en we iedereen weer uitnodigen, vind ik het zo mooi om te zien dat iedereen er ieder jaar ‘gewoon’ weer bij is. We zijn een amateurclub en ik verbaas me er soms over hoeveel vrijwilligers er voor de club klaar staan.”
Niet om over naar huis te schrijven
Het gaat de Zoetermeerse ijshockeyclub niet makkelijk af. Volgens Toonen redt de club het momenteel wel, maar is het niet om over naar huis te schrijven. Een reden daarvoor is dat ijshockey in Nederland relatief een kleine sport is. “Als je ons land vergelijkt met een land als Duitsland, waar je ijshockeystadions voor 20.000 man hebt, dan stelt de sport hier helemaal niets voor. Hierdoor blijft het niveau van Nederlandse spelers relatief laag. Om het niveau van onze club overeind te houden, moeten we spelers halen uit ijshockeylanden zoals Duitsland, Hongarije en Tsjechië.” Toonen vindt het jammer dat Nederland geen ijshockeyland is. “Het is echt een leuke sport. Ik kan zelf geen voetbalwedstrijd meer kijken. Die vind ik super saai sinds ik ijshockeywedstrijden kijk. Dat zegt wel iets”, lacht Toonen.
Geen euro
Toonen merkt dat er op lokaal gebied ook weinig aandacht is voor de ijshockeysport. “De gemeente Zoetermeer focust zich voornamelijk op breedtesport. Dat zijn wij niet en dus geven ze geen euro aan ons uit. Mijn dochter heeft gehockeyd bij een Zoetermeerse hockeyclub en daar hebben ze, met gemeentelijke steun, een clubhuis gebouwd. Daar kunnen wij enkel van dromen. Ik vind het jammer, want met wat energie en financiële steun van de gemeente zouden wij kunnen uitgroeien tot top-ijshockeyclub van Nederland.”













