
Lange wachttijden bloedprikken
Actueel 1.473 keer gelezenZoetermeer - Wie bloed moet laten prikken, krijgt te maken met lange wachttijden of moet zelfs uitwijken naar andere gemeenten. Sinds het Haga Ziekenhuis bloedpriklocaties heeft overgenomen, zijn de wachttijden enorm en moeten mensen soms meer dan een maand wachten. “Onaanvaardbaar”, vindt Sephr Mohammadian van Zoetermeer Vooruit. Hij vroeg tekst en uitleg aan wethouder Frinking. Ook de PvdA en GroenLinks hebben schriftelijke vragen gesteld. De wethouder verwacht dat er in februari weer normale wachttijden zijn.
Door Hélène Ouwerkerk
“Er ontstaan ernstige gezondheidsproblemen als dit doorgaat”, zegt Mohammadian. Hij is niet de enige die bezorgd is over de ontstane situatie. Ook Zoetermeerders maken zich zorgen. “Er is pas in 2025 weer ruimte. Het alternatief is naar Den Haag, Rijswijk, Naaldwijk of omliggende steden te gaan. Daar is de wachttijd minimaal 2 weken”, schrijft Zoetermeerder Hanke van de Putte aan het Streekblad.
Wethouder Véronique Frinking (zorg) bevestigt dat er lange wachttijden zijn sinds het Haga Ziekenhuis de priklocaties van het Lange Land Ziekenhuis heeft overgenomen. “Die overname was tegelijk met het moment dat er veel vacatures waren”, zegt Frinking. “We hebben veel contact met het Haga Ziekenhuis over de wachttijden bij de priklocaties en zij vinden het ook heel vervelend. Het ziekenhuis is momenteel bezig met wervingsacties.” Het Haga Ziekenhuis laat op haar website weten dat er maatregelen zijn genomen om de capaciteit te vergroten. “We verwachten dat de wachttijden in december al aanzienlijk korter zullen zijn. Uiterlijk in februari verwachten we weer service te kunnen leveren zoals gebruikelijk met een wachttijd van één week”, aldus de woordvoerder van het ziekenhuis.
Wethouder Frinking geeft aan dat het college vinger aan de pols houdt. “De wachttijden voor het bloedprikken zijn een vast onderwerp in de gesprekken die wij met het Haga Ziekenhuis hebben”, aldus Frinking. “Overigens zijn spoedaanvragen wel altijd mogelijk. Daar zijn huisartsen verantwoordelijk voor.”













