
De Zoetermeerse Canon: 1930 de detailhandel (1)
Actueel 122 keer gelezenZoetermeer - Tweewekelijkse rubriek over de 50 vensters van de Zoetermeerse canon. Deze bijdrage is geschreven door Lex Biemans.
Zoetermeer en Zegwaart ontwikkelden zich in de vorige eeuw tot bloeiende handelsdorpen. De twee dorpen vielen op doordat zij zich in de ontwikkeling van het zakenleven onderscheidden van omliggende plaatsen als Leidschendam, Pijnacker, Nootdorp of Benthuizen. Daar was ook wel een reden voor: Zoetermeer en Zegwaart lagen uiterst gunstig ten opzichte van vijf grotere steden in een cirkel van amper 20 km namelijk Den Haag, Rotterdam, Gouda, Delft en Leiden. Zo konden landbouw, veeteelt, de zuivelindustrie maar ook expeditiebedrijven gestadig groeien. Vooral voor de handel bleek het tweelingdorp als plattelandsgemeente een zeer belangrijke plaats in te nemen. De bedrijvigheid had met name betrekking op de zuivelindustrie en de boterhandel. Het aantal boterhandelaren was zeer groot zowel in de groot- als in de kleinhandel. Hierdoor was het woord “boter” onafscheidelijk van Zoetermeer dat toen ook wel Boterdorp werd genoemd, de Stationsstraat werd Boterstraat en de Gereformeerde kerk Boterkerk.
In Zoetermeer hadden zich al eeuwen geleden zogenaamde “neringdoenden” gevestigd maar in de eerste helft van de 20e eeuw nam dat aantal in rap tempo toe. Dat waren vaak kleine winkeliers en zelfstandige ambachtslieden als kleer- en schoenmaker, hoefsmid, zadelmaker, wagenmaker of kruidenier. Hun afzetgebied was vooral Zoetermeer en Zegwaart zelf en de Dorpsstraat werd het centrum van de detailhandel. Het Zegwaartse deel (vanaf de Delftse- en Leidse wallen tot de Schinkelweg) was veel langer dan het Zoetermeerse deel (vanaf hetzelfde punt maar naar de Vlamingstraat) waardoor het aantal gevestigde kleine zelfstandigen en ambachtslieden enorm verschilde: 150 bedrijfjes in Zegwaart en maar 50 in Zoetermeer. Tot de Tweede Wereldoorlog was de wijze waarop de kleinhandel in de samenleving stond nog gebaseerd op 19e -eeuwse tradities dus detaillisten zonder reclame-uitingen en zonder inkooporganisatie. Voor Zoetermeerse en Zegwaartse winkeliers waren de warenhuizen in de grote steden echter geduchte concurrenten. Zij haalden met lage prijzen veel klanten weg.
De Spar
Toch lukte het de ondernemer Adriaan van Well om een vrijwillig filiaalbedrijf te starten in de Zegwaartse Dorpsstraat. In 1932 startte hij daar “De Spar”: ( Door Eendrachtige Samenwerking Profiteren Allen Regelmatig). De aangesloten kruideniers konden zich zo staande houden tegen de grootwinkelbedrijven. In diezelfde tijd begonnen Gerrit en Adriaan Lamboo hun carrosserie werkplaats aan de rand van Zegwaart bij de Berkelseweg en startten 2 andere ondernemers een bazaarachtige winkel in de Dorpsstraat, die van de familie Roos en die van de familie Van der Tas. Zij verkochten allerlei spullen als borstels, manden, bestek en serviezen. Later kwam daar een 3e bazaar bij, die van Cas Fischer onder de naam Fischer Bazar. Wel was het zo dat het klantenbestand van de Zoetermeerse en Zegwaartse winkeliers en ambachtslieden vooral beperkt bleef tot de eigen protestantse of katholieke geloofsgenoten. De onderlinge concurrentie was groot bij de vele melkboeren, bakkers en kruideniers. Op slechts 5000 inwoners waren er bijvoorbeeld maar liefst 11 bakkers waaronder die van Wim Jongerius, Bert van Velzen en van Piet en Cor Hekker.
De wijze waarop winkeliers en ambachtslieden in de eerste helft van de 20e eeuw hier in de samenleving stonden bleef achter bij de landelijke tendens van een meer georganiseerde middenstand als tegenwicht tegen het “rode gevaar” zoals het opkomende socialisme werd gezien. In het tweelingdorp ging het veel meer over geloofszaken en op aandringen van het bisdom Haarlem waaronder beide dorpen toen vielen werd een katholieke middenstandsorganisatie opgericht die de naam “De Hanze” meekreeg. Deze organisatie kreeg snel navolging met de “Christelijke Middenstandsvereniging Zoetermeer (CMZ)” en de algemene vereniging die zich “Aller Belang” noemde. Bekende leden daarvan waren de boekhandelaar C. van Schuppen, de manufacturier A. van Waaij, schoenmaker P. de Bruin, slager J. van Aalst en kruidenier A. van Muilwijk. De eerste activiteit van “Aller Belang” was min of meer uit nood geboren. Van 29 november tot 5 december 1933 organiseerde zij samen met “De Hanze” de eerste winkelweek in het dorp om het kopend publiek hier te houden en niet naar Den Haag of Delft te laten gaan. Men kon speciale kortingen en geschenkbonnen krijgen en zelfs prijzen winnen zoals een fiets of naaimachine. Er verscheen ook een speciale uitgave van de “Reclamepost”, een pas opgericht advertentiekrantje, om de winkelweek te promoten. Het had er echter alle schijn van dat “Aller Belang” net als “De Hanze” in de eerste jaren na hun oprichting meer ondernemer gericht dan klantgericht bezig waren. Zo stelden ze gezamenlijk de elektriciteitstarieven vast en zorgden ze voor een eenheid in winkelsluiting zoals de verplichte zondagssluiting. Iedere winkelier moest zich strikt aan de door de ondernemersvereniging opgestelde regels houden. Langzaam maar zeker, lieten de winkeliers de 19e-eeuwse tradities achter zich en begon de echte strijd om de klant. In deel 2 van deze cyclus: Klant wordt Koning met hoofdletter “K” en wat dat betekende voor de Zoetermeerse winkeliers.
Meer info: www. geheugenvanzoetermeer.nl/canon. Reacties welkom op info@oudzoetermeer.nl













