
Natuur onder de loep: het goudoogje
Actueel 540 keer gelezenIn deze rubriek schrijven kenners over de natuur in Zoetermeer. Deze week een bijdrage van insectenliefhebber en IVN-lid Rob Schouten, over een insect met een mooie naam.
Het goudoogje
U heeft ze vast wel vaak gezien: de groene gaasvlieg, of ‘goudoogje’, want zijn ogen hebben een gouden of metaalachtige glans. Het is de bekendste gaasvlieg die in Nederland leeft. Hij heeft zijn geaderde vleugels als een dakje van gaas over zijn lichaam gevouwen. De beestjes zijn vooral ’s nachts actief en je ziet ze dan ook vaak op je ramen.
Gaasvliegen zijn heel nuttige insecten. Ze zijn een bondgenoot van de agrarische sector, want de larven eten vooral bladluizen, naast andere plaaginsecten. Ze hebben grote, vooruitstekende kaken en zuigen daarmee hun prooi uit. Een volgroeide larve kan er wel zo’n 500 aan; ze worden dan ook voor dat doel gekweekt. Volwassen gaasvliegen leven van stuifmeel, nectar en honingdauw.
De groene gaasvlieg heeft doorgaans 2 tot 3 generaties per jaar. De periode van ontwikkeling van ei tot volwassen insect is vrij sterk afhankelijk van de temperatuur en varieert van 25 tot 69 dagen. Kenmerkend voor de groene gaasvlieg is dat ze eieren op een lang, dun zijden draadje afzetten, twee of drie keer per jaar. De steeltjes beschermen de eieren tegen rovers, zoals mieren, en zorgen ervoor dat de eieren zich veilig kunnen ontwikkelen. Ze overwinteren als volwassen gaasvlieg en zoeken dan warmere plekken op in bijvoorbeeld huizen of schuren. Als u ze tegenkomt, laat ze gewoon zitten, ze doen geen mens kwaad!
Als zij zich willen voortplanten, trommelen ze een liefdesliedje met hun achterlijf op een hard oppervlak. Wij kunnen dat niet horen, zo zacht doen ze dat. En iedere soort gaasvlieg heeft zijn eigen deuntje, waarmee ze elkaar kunnen herkennen.













