
Daar komen de Geuzen! Onthulling van bord
Actueel 739 keer gelezenZoetermeer - Aan de Voorweg is naast de Stadsboerderij een historisch informatiebord neergezet over de Slag bij Zoetermeer 450 jaar geleden.
Tijdens de Tachtigjarige Oorlog vochten de geuzen uit de Lage Landen tegen Spaanse troepen die Leiden in 1574 hadden omsingeld. De Spanjaarden waren op land onverslaanbaar dus men nam een on-Hollands besluit: de dijken langs de Oude Maas en Hollandse IJssel werden doorgestoken en het brakke water stroomde over het Zuid-Hollandse platteland.
Op 10 september 1574 vertrok de geuzenvloot met allerlei platboomde vaartuigen onder leiding van admiraal Louis van Boisot vanaf Rotterdam over de Rotte naar het noorden, later ook vanuit Delft. Vervolgens staken ze de ondergelopen landen over richting de hooggelegen Voorweg. Daar hadden de Spanjaarden een schans met kanonnen ingericht (nu bij Stadsboerderij Het Buitenbeest).
Op 17 september volgde de Slag bij Zoetermeer. De geuzenvloot probeerde een brug te veroveren die een doorvaart naar het Zoetermeerse Meer (nu Meerpolder) zou garanderen. Het was de kortste weg naar Leiden. Kanons en kanonnen bulderden over en weer, musketten schoten hun kogels af. Door het hevige trillen van het geschut raakten de schepen lek. Geuzensoldaten sprongen uit de schepen en probeerden al wadend en vechtend de Voorweg te bereiken maar er vielen veel slachtoffers. De aanval op de Voorweg mislukte.
Met hulp van mensen uit Zoetermeer en de omgeving, waaronder scheepstimmerman Wolfert Adriaensz, maakte de vloot een omtrekkende beweging via Bleiswijk/Kruisweg door de Binnenwegse Polder (nu Oosterheem). Vervolgens maakten ze in de Zegwaartseweg een gat. Over de weg trokken vendels soldaten trokken richting Zoetermeer en Benthuizen waarbij tientallen huizen in vlammen opgingen. Ook de Oude Kerk werd geplunderd.
De vloot voer door het gegraven gat in de Zegwaarteweg en vervolgens zonder veel tegenstand door de Palensteinse Polder via de Leidsewallen en de Noord-Aa richting Leiden. Op 3 oktober 1574 ontzetten ze de stad en kon de haring en het andere voedsel aan de uitgehongerde bevolking worden uitgereikt.
Het platteland lag echter onder brak water. Sluizen, dammen en watermolens waren vernield. De oogst en het vee was voor een groot deel in de soldatenkookpotten beland. De Spaanse- en geuzenlegers hadden ook uitkijkposten vernield zoals kerken. Het duurde vele jaren voordat de schade was hersteld.













