
Thuis bewaren zonder kelder: zo pak je dat aan
Zakelijk-nieuws-landelijk 17 keer gelezenWijn bewaar je het best op een plek met een stabiele temperatuur, weg van daglicht. En daar zit meteen het probleem: veel Nederlandse woningen hebben geen kelder. De flessen belanden dan in een keukenkastje of op het aanrecht, terwijl juist de keuken daarvoor een van de minst geschikte plekken in huis is. Een aparte kast voor je wijn lost dat op, en die hoeft echt niet groot te zijn.
Waarom het keukenkastje tegenvalt
In de keuken schommelt de temperatuur flink. Tijdens het koken loopt die op, ‘s nachts zakt die weer. Die wisselingen zijn voor wijn vervelender dan een temperatuur die net iets te hoog of te laag is, omdat de wijn er sneller door kan verouderen dan de bedoeling is. Een stabiele temperatuur wordt daarom over het algemeen belangrijker gevonden dan het exacte aantal graden. Vaak genoemde bewaartemperaturen liggen ergens rond de 10 tot 14 graden, en dat haalt een keukenkastje boven de oven zelden.
Daglicht speelt ook mee. Flessen die wekenlang in de zon op het aanrecht staan, kunnen daardoor in smaak achteruitgaan. Niet voor niets zijn veel wijnflessen van donker glas gemaakt.
Het verschil tussen een wijnkoelkast en een wijnklimaatkast
De termen wijnkoelkast en wijnklimaatkast worden vaak door elkaar gebruikt, maar ze betekenen niet hetzelfde. Een wijnkoelkast is vooral bedoeld om wijn op schenktemperatuur te brengen en te houden. Handig als je een fles wilt openen en die meteen goed wilt serveren.
Een wijnklimaatkast gaat een stap verder. Die is gemaakt om wijn langere tijd onder stabiele omstandigheden te bewaren, zodat flessen kunnen rijpen. Rijpen betekent dat een wijn zich in de fles verder ontwikkelt en van smaak verandert. Dat geldt overigens lang niet voor elke fles. Sommige wijnen kunnen mooier worden met de jaren, maar veel wijnen zijn juist bedoeld om jong te drinken.
De keuze hangt dus af van wat je met je flessen doet. Drink je ze meestal binnen een paar weken op, dan volstaat een wijnkoelkast op schenktemperatuur. Wil je flessen jaren laten liggen, dan is een wijnklimaatkast de logischere keuze.
Ook in een klein huis past een wijnkast
Veel mensen denken bij een wijnkast aan een manshoog meubel, maar dat hoeft niet. Juist voor een appartement of een rijtjeshuis zonder bijkeuken zijn er compacte modellen voor pakweg tien tot twintig flessen. In de praktijk vindt zo’n kleine wijnkoelkast makkelijk een plek onder een werkblad of in een hoek van de woonkamer, zodat je geen halve kamer hoeft op te offeren.
Let bij het kiezen wel op het verschil tussen inbouw en vrijstaand. Inbouwmodellen zijn ontworpen om in een keukenmeubel te plaatsen. Vrijstaande modellen hebben ruimte eromheen nodig voor ventilatie; bouw je zo’n model toch in, dan kan de warmte niet weg en kan de kast oververhit raken. Verder verschillen de mogelijkheden per model. Sommige kasten hebben bijvoorbeeld UV-werend glas dat daglicht tegenhoudt, andere hebben meerdere temperatuurzones zodat je witte en rode wijn elk op hun eigen temperatuur kunt bewaren.
Zo kies je de juiste maat en plek
Begin met tellen. Hoeveel flessen liggen er nu in huis, en groeit dat aantal nog? Een kast die net past, is snel te klein, dus reken liever wat extra ruimte. Bedenk daarna welk deel van die flessen je snel opdrinkt en welk deel je wilt wegleggen. Dat bepaalt of je aan een wijnkoelkast op schenktemperatuur genoeg hebt of beter een wijnklimaatkast kunt kiezen.
Kijk tot slot naar de plek in huis. Een rustige hoek zonder direct zonlicht werkt het best, en bij een vrijstaand model houd je dus ventilatieruimte vrij. Het energieverbruik hangt af van het model en de plaatsing, dus loont het om bij de aanschaf het energielabel te vergelijken. Heb je het aantal flessen en je bewaardoel scherp, dan maakt de beschikbare plek de keuze compleet en koop je een kast waar je jaren mee vooruit kunt.














