
1492 – Goudse hooligans vernielen de sluis bij Hildam
Actueel 51 keer gelezenZoetermeer - Tweewekelijkse rubriek over de 50 vensters van de Zoetermeerse Canon. Deze bijdrage is geschreven door Ton Vermeulen.
In het meest noord-oostelijke puntje van Zoetermeer ligt, of vooral lag, de Hildam. Als je er tegenwoordig naar zoekt moet je in Oosterheem via de Oostkade (fietspad) onder de HSL door, over de brug van de Hoefweg tussen Bleiswijk en Benthuizen en daar rechts zijn de restanten van de Hildam. Rond 1490 werd de dam in de Landscheiding vervangen door een sluis. Tot woede van de Gouwenaars, die hun tol-inkomsten zagen weglekken….
Om de Hildam een beetje te begrijpen moeten we 1000 jaar terug. Dit gebied was één groot moeras met veengrond. Het gebied tussen ongeveer Driemanspolder – Oosterheem – Hoogeveenseweg (let op de naam) lag hoger dan de rest. Ten noorden liep het overtollige water af naar het Zoetermeerse Meer (Meerpolder) en vervolgens via de nog bestaande Noord-Aa en Weipoortse Vliet naar de Oude Rijn. Ten zuiden daarvan ging het water grotendeels via de Rotte naar de Maas.
Bij de ontginning van dit gebied werden dijkjes aangelegd. Ongeveer 750 jaar geleden werden die dijkjes tussen Wassenaar en Waddinxveen aaneengesloten en vormden de grenzen van de hoogheemraadschappen van Rijnland, Delfland en Schieland. Die hadden (en hebben nog steeds) zo geen last van elkaars water. De dijk kreeg de naam Landscheiding. Voor de ambachten (gemeenten) vormden ze vaak ook de gemeentegrens, al had Zoetermeer net een hoekje daarbuiten, Roeleveen geheten.
Dijken, dammen en tolrechten
Die dijk liep ook door waterlopen heen, erg lastig voor het scheepvaartverkeer noord-zuid en vice versa. En scheepvaart was onmisbaar voor vervoer aangezien wegen meestal onbegaanbaar waren. In het westen was de dam in de vliet bij Leidschendam zo’n obstakel. Daar moesten de schepen overgeladen worden of over de dam worden getrokken. In het midden lag in de Delftsewallen een dam (nu winkelcentrum Rokkeveen), genaamd de Reguliersdam. Aan de oostkant van Zoetermeer, eigenlijk het tweelingdorp Zegwaart, lag de Hildam.
De Hildam hinderde de route die liep van de Rotte bij Moerkapelle via de Oude Leede naar de dam en vervolgens via de Oude Wilck en Hoogeveense Vaart richting de Oude Rijn. Ook bij de Hildam moesten schepen over de dam worden getrokken of overgeladen worden.
Nu zag een aantal steden wel brood in het aanleggen van sluizen om de scheepvaartroutes noord-zuid efficiënter te maken. Delft en Leiden bij de Leidschendam. Rotterdam bij de Hildam voor een korte route richting Amsterdam. Ook de lokale plattelandsbestuurders zagen er economisch voordeel in. Er was echter één groot obstakel: de tolrechten. Vanouds mochten steden als Dordrecht, Gouda en Haarlem tol heffen op passerende schepen en hun lading. Gouda de route via de Gouwe naar het noorden.
Goudse hooligans
Toch kregen Delft, Leiden en Rotterdam het voor elkaar. De landsheer in Brussel gaf in 1489 toestemming om een sluis in de Leidschendam aan te leggen, wat later ook in de Hildam. Gouda stond op de achterste benen. Hoe durfde men aan de aloude rechten van de stad te komen en de broodwinning uit Gouda’s mond te stoten. In de winter van 1492 trokken 400 bewapende timmerlieden, smidsknechten, losse arbeiders en vechtersbazen - “ledighgangers, vagebonden en uytgebannen quaetdoeners” - op 53 sleden over het ijs naar de Hildam waar inmiddels een sluisje was gebouwd. Ze sloegen alles kort en klein, zowel bij de Hildam als in Leidschendam. Ellenlange processen volgden. De Hildam werd weer een dam waar kleine schepen via een zogeheten overtoom overgetrokken konden worden. Alleen het vervoer van lokale producten als turf, hooi, boter en kaas was toegestaan. Ook in Leidschendam bleef er een dam tot het in 1648 een kleine sluis kreeg.
Rotterdam gaf het echter niet op. Midden in de Tachtigjarige Oorlog wisten ze een soort beurtvaart bij de Hildam te organiseren en de Hoogeveense Vaart werd verbreed. De Gouwenaren kwamen in 1590 terug om de boel nog eens kort en klein te slaan. Wederom volgden processen en in 1613 viel het besluit dat op de Hildam de Goudse tol mocht worden geheven. Eind 17de eeuw probeerde Rotterdam nog een verbinding te maken vanaf de Hildam om Gouda te omzeilen maar de Gouwenaren kwamen vervolgens met geladen musketten langs….
Ondertussen werden de veengronden van hun veen ontdaan om als turf voor energie te zorgen: warmte in huizen, bierbrouwerijen, lakennijverheid en steenbakkerijen. Grote plassen ontstonden zoals de Reeuwijkse Plassen. Deze werden in de 17de en 18de eeuw drooggemalen. Zo werd vruchtbare landbouwgrond geschapen. Het gebied ten noorden van de Hildam richting Oude Rijn werd rond 1760 drooggemalen. Dat betekende dat de Hoogeveense Vaart zou vervallen. Rotterdam ging daarmee pas akkoord na de verklaring dat een vrije vaart via Leidschendam ten eeuwige dage zou blijven bestaan.
De Hildam had geen functie meer voor de scheepvaart en raakte uit beeld. Zeker toen in de jaren ‘30 de Nieuwe Hoefweg werd aangelegd en in deze eeuw de HSL. Toch zijn er weer plannen om de Rotte met Zoetermeer en de Oude Rijn te verbinden.
Meer info: www.geheugenvanzoetermeer.nl/canon.. Reacties welkom op: info@oudsoetermeer.nl













