
Natuur onder de loep
Actueel 839 keer gelezenKenners uit de natuur schrijven wekelijks deze rubriek. Deze week de laatste bijdrage van Tije Feijen van Stadsboerderij Het Buitenbeest. Het is zijn laatste bijdrage. Sinds 15 oktober is Tije met pensioen en gaat per 1 januari in Drenthe wonen.
Romeinen en konijnen
Oorspronkelijk komt het konijn alleen voor op het Iberisch schiereiland (Spanje en Portugal). Ruim 3000 jaar geleden troffen reislustige Feniciërs (een volk uit Libanon) vele konijnen aan op dit schiereiland. Zij vonden de dieren erg lijken op de voor hen bekende klipdassen, en gaven de streek de naam “I-shephan-im”, wat “land van de klipdassen” betekent. Later werd dit vertaald als “Hispania” of, zoals wij zeggen, Spanje.
Begin tweede eeuw voor Christus begonnen de Romeinen met de verovering van Spanje. Ook zij troffen in grote aantallen konijnen aan. De Romeinen vonden de konijnen erg lekker smaken en de vachten waren zeer geschikt om er kledingstukken van te maken. De Romeinen zetten gevangen konijnen uit op plaatsen waar de Romeinen regeerden. De verspreiding van het konijn over andere delen van Europa was begonnen. Om wat makkelijker aan konijnenvlees te komen, introduceerden de Romeinen de cunicultuur: het houden en fokken van konijnen in gevangenschap. Dat gebeurde in grote ommuurde tuinen. In de middeleeuwen werd dit overgenomen door Franse monniken. Zij begonnen eveneens te fokken met gemuteerde konijnen. Bijvoorbeeld konijnen met een zwarte of witte vacht. Zo ontstonden de eerste tamme konijnenrassen. Rond 1900 kreeg men beter inzicht in de problemen van de erfelijkheid en ontstonden er meer rassen. Tamme konijnen zijn naast uiterlijk verschillend, ook vruchtbaarder dan wilde konijnen. Het gehoor, gezichtsvermogen en de tast zijn bij wilde konijnen weer beter ontwikkeld. Tegenwoordig bestaan er ruim 50 konijnenrassen. Op de Zoetermeerse stadsboerderijen kun je een aantal van deze rassen aantreffen.













