Een eerstejaars buizerd, speurend naar prooi vanuit een struik. Foto: Winfried van Meerendonk
Een eerstejaars buizerd, speurend naar prooi vanuit een struik. Foto: Winfried van Meerendonk

Natuur onder de loep

Actueel 244 keer gelezen

Zoetermeer- In deze rubriek laten diverse experts uit de natuurwereld hun licht schijnen op leuke en bijzondere natuurweetjes. Deze week vertelt bioloog Winfried van Meerendonk over de buizerd, de meest voorkomende roofvogelsoort van ons land.

De buizerd

Met een geschatte broedpopulatie tussen de 11.500 en 20.000 paar (onderzoek SOVON 2018-2020) heeft de buizerd de torenvalk ingehaald als meest voorkomende roofvogelsoort van ons land. In Zoetermeer broeden jaarlijks naar schatting tussen de 5 en 10 paartjes. Dat doen ze vooral in de grotere parken, maar een enkel paartje waagt zich al meer in het stedelijk gebied.
Onderzoek wijst uit dat in goede muizenjaren meer dan 75 procent van de prooidieren uit kleine zoogdieren bestaat, vooral veldmuis en aardmuis. Buizerds halen de snavel ook niet op voor regenwormen die ze al dribbelend over het land oppikken. Verder eten ze grote insecten, reptielen, amfibieën en in mindere mate kleine of jonge vogels. Ze missen de snelle jachtvlucht van havik, sperwer en slechtvalk maar maken meestal handig gebruik van een zitpost, speurend naar prooi. Ook langs snelwegen zie je vaak buizerds op een paal of hek zitten. Het zijn ook aaseters die afkomen op dood gereden wild waardoor ze helaas vaak zelf sneuvelen langs de weg. In het najaar zakken deze buizerds af in zuidwestelijke richting en passeren ons land of overwinteren hier.
Niet de kou maar voedselgebrek en de trigger van kortere dagen zorgt voor de massale uittocht van trekvogels naar minder extreme, voedselrijke gebieden. Buizerds broeden niet in nestkasten zoals de torenvalk en slechtvalk maar bouwen een ovaal nest van takken, hoog in een boom. In het voorjaar kunnen we weer genieten van het eindeloze zweven en duiken in de lucht als onderdeel van de balts en het onmiskenbare miauwende geluid. Maar pas op, gaaien kunnen ze uitstekend imiteren.

Uit de krant