
Canonvenster bij het jaar 1962 – Groeistad: Westerpark & Natuurtuin
Actueel 466 keer gelezenZoetermeer - Tweewekelijkse rubriek over de 50 vensters van de Zoetermeerse Canon. Deze (twaalfde) bijdrage is geschreven door Lex Biemans.
De polder “Driemanspolder” waarin het Westerpark ligt, is vanaf het jaar 1668 drooggelegd. De agrarische geschiedenis van het park is ook nu nog terug te vinden in de loop van aanwezige singels.
De in het park aanwezige golfbaan met zijn vele holes buiten beschouwing gelaten, mogen we vaststellen dat pas eind jaren 70 werd begonnen met de aanleg van dit park en de daarin opgenomen Natuur- of Heemtuin.
Eerst is men gestart met het storten van puin aan de randen van het park. Daarna werden de daardoor ontstane heuvels rijkelijk beplant. Een enorme waterrijkdom kenmerkt het Westerpark en het is dan ook aan dat vele water te danken dat het gebied zo weelderig en groen is. Die waterpartijen liggen er echter niet alleen voor de sier: Ze vormen één van de belangrijkste waterbuffers van Zoetermeer en het vele riet en de biezen langs de oevers zorgen weer voor de zuivering van dat water.
Zo op het oog lijkt het Westerpark wel wat op het Buytenpark want beide parken liggen in het westen van de stad en beide hebben die zogenaamde “puinheuvels”: begroeide stortplaatsen van bouw- en sloopafval. Maar hiermee houdt elke gelijkenis wel op want waar het Buytenpark een bijna steppeachtige woestheid uitstraalt, daar is het Westerpark een weelderig en waterrijk paradijsje. Het park kent een grillig patroon van waterpartijen, hier en daar omzoomd door forse rietkragen en met vrijwel ontoegankelijke eilandjes. Dichte bossages wisselen open vlaktes met een grote verscheidenheid aan bloemen af. Het park verrast en verrukt bij elke bocht die men ingaat. En het is juist deze variatie in het landschap en die plantengroei die er voor zorgt dat vele vogelsoorten en vlinders zich hier thuis voelen. Zelfs de Drentse heideschapen hebben het hier prima naar hun zin en houden de schapenweide keurig kort. Het park is ook een belangrijke sport- en ontspanningsgebied geworden met sportvelden, bowlingbanen en een speeltuin.
De Natuur- of Heemtuin
Het Westerpark was midden jaren 70 dus nog in aanleg en er waren nog open velden tot zover het oog reikte. De horizon lag ergens bij Leidschendam, en de rijksweg A12 zorgde voor continue verkeersgeluid. In diezelfde periode werd een werkgroep gevormd die zich moest bezighouden met de ontwikkeling van een natuur- of heemtuin. Een heemtuin? Ja, want er was volgens het toenmalige “Stadsbestuur Voor de Leefomgeving” behoefte aan een aparte natuurtuin. Eén waar je niet zomaar doorheen wandelt of fietst maar waar je doelgericht naartoe gaat om zelf de werking van de natuur te ervaren. Er zou daarvoor dan ook een speciale ingang gemaakt moeten worden. Het Westerpark werd toen als mogelijke locatie aangewezen. De Natuurtuin moest dan ongeveer twee hectare groot worden, vrijwel in het midden van het park gesitueerd worden en door middel van een waterloop met een ophaalbruggetje van de rest van het park worden afgescheiden.
Echter de structuurschets van het Westerpark gaf weinig houvast voor de mogelijke vorm van zo’n tuin. Naast de locatiebepaling en de daarbij behorende aparte toegangsweg was het meest opmerkelijke de oude kavelsloot die het gebied doorsneed. Besloten werd toen om daar in het verdere ontwerp gebruik van te maken. In de voorbereiding is bewust gekozen voor een landschappelijk ontwerp. Hierbij vond men het van belang dat de typische elementen uit de landschappen rond Zoetermeer werden toegepast. Een soort natuur-showroom, zeg maar. Daarom werd ook gekozen voor slechts twee grondsoorten namelijk de oorspronkelijke veen- en kleilagen. Een landschap-model alleen maakt echter nog geen heemtuin want dat moet wel voldoen aan een specifieke eis: “Het vormen van omstandigheden waarop natuurlijke processen voor de bezoekers zichtbaar gemaakt konden worden”. Bovendien moet de tuin voldoen aan een belangrijke doelstelling namelijk een open karakter naar de bevolking maar tegelijk een beslotenheid in zichzelf.
De plek waar de bomen en heesters werden geplant, werd ontleend aan het landschappelijke model. De nog open liggende gronden werden ingezaaid met grassoorten die kenmerkend voor de omgeving waren.
Over hoe de tuin zich zou ontwikkelen bestond in 1977 nog geen vermoeden. Het idee was: “veel proberen en stimuleren”. Er moest een zo gevarieerd mogelijk milieu gecreëerd worden met verschil in reliëf, grondwaterstand en begroeiing.
De heemtuin is vooral een plantentuin geworden. Omdat in het Westerpark de verschillende biotopen groter zijn en de recreatiedruk veel kleiner komen hier veel soorten broedvogels voor. Dat maakt het gedeeltelijk afsluiten tijdens de broedtijd weer noodzakelijk. De heemtuin heeft In de afgelopen jaren op veel terreinen zijn natuur-educatieve betekenis bewezen. Het brengt de bezoekers in contact met de natuur en ze ontdekken dat ze hier zelf een schakel in zijn. De heemtuin wordt druk bezocht door zo’n 15.000 mensen per jaar waaronder veel kinderen en geeft zo een mooi stuk stedelijk natuur binnen de gemeentegrenzen.
Meer info: www.geheugenvanzoetermeer.nl/canon.. Reacties welkom op: info@oudsoetermeer.nl













