
Canonvenster - Slag bij Zoetermeer 17 september 1574
Actueel 894 keer gelezenZoetermeer - Tweewekelijkse rubriek over de 50 vensters van de Zoetermeerse Canon. Deze (tiende) bijdrage is geschreven door Sieny Engelsman.
Leiden herdenkt elk jaar feestelijk het ontzet van 3 oktober 1574. Spaanse troepen belegerden sinds oktober 1573 de tegen Spanje opstandige stad. In maart 1574 werden de troepen teruggetrokken om slag te leveren op de Mookerheide. De inwoners dachten bevrijd te zijn. Helaas werd het beleg na de door de Spanjaarden gewonnen slag in mei weer hervat. Voor de eerste belegering was veel voedsel ingeslagen. Maar omdat de meeste inwoners de terugkeer niet verwacht hadden was dit niet aangevuld. Philips besloot de stad uit te laten hongeren. Rondom de stad hadden de Spanjaarden verdedigingslinies aangelegd.
Een van die linies die de Spaanse generaal De Valdez opzette liep door Zoetermeer en Zegwaart langs de toen al bestaande Voorweg en de Dorpstraat. De prins van Oranje wist dat het behoud van Leiden noodzakelijk was om de opstand te kunnen voortzetten. Hij had echter geen mogelijkheid om met een leger over land Leiden te ontzetten. De enige mogelijkheid was over water. Na lang beraad besloten de Staten van Holland daarvoor de dijken langs Maas en Hollandse IJssel door te steken en diverse sluizen te openen. Het land tot de Oude Rijn bij Leiden werd onder water gezet. De bewoners moesten evacueren. Op 3 augustus werd met het doorgraven van de dijken begonnen. Op 2 september werden de kaden te Berkel en Nootdorp doorgestoken. 3 september staken mannen uit Gouda de Hildam (onderdeel landscheiding tussen Rijnland en Schieland) door. Maar de volgende dag sloten de Spanjaarden het gat weer met hout en hop.
Hooggelegen Voorweg
De Valdez wist van ingelanden van Rijnland dat door de hogere ligging Rijnland niet zo snel onder water zouden lopen als de Landscheiding niet doorgestoken werd. Daarom werden de dorpen aan de Landscheiding en vooral Zoetermeer extra zwaar bewapend. Op de hooggelegen Voorweg werd een schans met kanonnen aangelegd. Ook de doortocht voor kleinere schepen, het Zegwaartse Verlaat werd extra bezet.
Ondertussen werd in diverse Hollandse steden de hele maand augustus en begin september gebouwd aan een vloot van platbodems. Onder leiding van de Zeeuwse admiraal Van Boisot vertrok een Geuzenvloot op 10 september uit Rotterdam en Delft. Twee honderd plempen waren uitsluitend bestemd voor het transport van soldaten, oorlogsmateriaal en levensmiddelen. Zeventig galeien werden uitgerust met elk drie tot vijf lichte kanonnen aan boord en zeven of acht harquebusiers (primitief geweer). Omdat de vaartuigen over ondergelopen land moesten, hadden de steden van Holland een aantal roeiers beschikbaar gesteld.
Het brakke rivierwater steeg heel langzaam. De Landscheiding stak 7 september nog 47cm boven water. Op 10 september was het water tot dicht aan de kruin gestegen. De snelste verbinding naar Leiden voerde over het Zoetermeersche Meer. Een deel van de vloot voer uit. De eerste ontmoetingen met de Spanjaarden werd gewonnen door het Geuzenleger. Maar al snel bleek dat de Spanjaarden beter op de hoogte waren met de terreingesteldheid. Zo ondervond Boisot dat hij niet alleen een brug moest veroveren maar ook nog een groot stuk hooggelegen land moest passeren. Bovendien was het water steeds nog niet hoog genoeg om de boten te laten varen. Hij moest terug en de Spanjaarden namen zonder slag of stoot hun vorige posities weer in bezit.
Nieuw materiaal en soldaten
Er werd vanuit Delft nieuw materiaal en soldaten aangevoerd. Op 17 september om 8 uur startte Van Boisot de strijd om met de Geuzenvloot de brug te veroveren opnieuw. Gedurende een halve dag werd over en weer geschoten. Maar het water was nog te ondiep. Men kon niet dicht genoeg bij de ondiepte van de Voorweg komen. Ook barsten verschillende boten van het dreunen van het eigen geschut. Daarop trok een deel van de vloot zich terug.
Er moest worden gewacht dat het water hoog genoeg was gestegen. De redding leek nabij toen het ging stormen en regenen. Maar de Spanjaarden hadden van een Spaansgezinde hoogheemraad uit Delft geleerd hoe ze het water weer uit de polder moesten laten lopen. De aanval op de Voorweg was mislukt. Gelukkig waren er ook prinsgezinde inwoners. De scheepstimmerman Wolfert Adriaanz en nog twee boeren wezen Van Boisot een andere route. De vloot maakte nu een omtrekkende beweging via Bleiswijk. Vandaar uit kon door het door de Spanjaarden verlaten Zegwaartse Verlaat worden gevaren, en via de Noord AA richting Leiden. Waarschijnlijk door het slechte weer en het wassende water hadden de Spanjaarden zich teruggetrokken. Net als de Duitse troepen die in Spaanse dienst Benthuizen hadden bezet. Bij het terugtrekken werden in de dorpen veel huizen in brand gestoken en geplunderd. Ook soldaten van het Geuzenleger die richting Zoetermeer en Benthuizen trokken maakten zich daaraan schuldig. Zij plunderden ook De Oude Kerk. De branden waren tot aan Leiden te zien.
Het duurde echter nog tot veertien dagen voordat Leiden kon worden ontzet. De windrichting was opnieuw te ongunstig om het water te laten stijgen. Ook op de schepen met wittebrood en haring moesten de Leidenaren nog dagen wachten.
Meer info: www.geheugenvanzoetermeer.nl/canon.. Reacties welkom op: info@oudsoetermeer.nl.













