
Samen kijken waar museumstukken moeten blijven
Actueel 1.284 keer gelezenZoetermeer - Wat te doen met 5000 museumstukken zoals een historische schoeen- en klompenkar van Fam. G.A. Oosterom, verschillende glas in loodramen van De Spar of de vliegtuigpropeller van Dirk Franx. Voor deze vraag staat Museum de Voorde die bezig is met het ontzamelen van deze collectie. Inwoners van Zoetermeer worden uitgenodigd om vragen te beantwoorden wat de objecten in hun ogen waard zijn en wat er mee moet gebeuren? Maar ook hoopt het gesloten museum vervolgens antwoord op de vraag te krijgen of de objecten in Zoetermeer moeten blijven of naar een ander museum mogen gaan. En een aantal musea staan al in de rij.
Door Hélène Ouwerkerk
Hans van de Bunte, interim-directeur van Museum de Voorde valt dezer dagen regelmatig van de ene verbazing in de andere. “Onze oud-conservator, Marjonne Kube, wist ongetwijfeld wat er allemaal in depot zit maar met haar vertrek verloor die kennis. Ik kom regelmatig voor verrassingen te staan”, vertelt Van de Bunte terwijl we bij een prachtig enorm glas in loodraam van De Spar staan. Het raam is indertijd geschonken door De Spar holding. “Maar ik denk dat de huidige directie niet eens weet dat wij dit raam hebben”, zegt hij.
De objecten hebben een streekhistorische waarde maar kunnen ook interessant zijn voor landelijke musea zoals het Openluchtmuseum in Arnhem of het Spoorwegmuseum in Utrecht. Maar ook andere historische verenigingen zoals bijvoorbeeld in Alphen aan den Rijn en Benthuijzen hebben interesse getoond in de Zoetermeerse collectie. “Maar”, zegt Hans van de Bunte, “er zijn ook objecten die een typisch Zoetermeers verhaal vertellen.” Uit een doos haalt hij een groot familieportret van de familie Van der Spek. “Deze familie is vooral bekend in Zoetermeer en hun verhaal verteld de lokale geschiedenis van de boterindustrie. Dit schilderij zal voor andere musea geen meerwaarde hebben. Het verhaal is niet relevant en het object verweest daar van zijn context.
Ook voor mensen die vanaf de jaren zestig in Zoetermeer zijn komen wonen is het belangrijk om hen te betrekken bij de lokale geschiedenis van de stad. Dit geeft hen binding en een gevoel van identiteit.” De vraag is nu wat we als Zoetermeer met de collectie willen. “We willen de inwoners hierbij betrekken. In maart en april houden we samen met het Historisch Genootschap Oud Soetermeer (HGOS) kijkdagen. Bezoekers kunnen een kijkje achter de schermen nemen en ontdekken welke schatten normaal gesproken niet voor publiek toegankelijk zijn”, zegt hij. “Via een enquête kunnen mensen aangeven wat ze persoonlijk van waarde vinden. Ondertussen houden we werkgroepsessies met leden van HGOS en conservatoren van andere musea om te bekijken wat voor deze experts de waarde is van de objecten.” Na deze periode van co-waarderen, zullen we inwoners bevragen over hun mening naar een nieuwe eigenaar, een nieuw thuis voor de objecten.
Nu Zoetermeer met het sluiten van Museum De Voorde geen officieel historisch museum meer heeft, dringt de vraag op of dit zou betekenen dat de objecten straks worden bewaard door mensen zonder kennis van collectiemanagement. Volgens Hans van de Bunte hoeft dit niet het geval te zijn. “In het Stadsarchief werken ook professionals. Zij zouden bijvoorbeeld samen met HGOS deze taak op zich kunnen nemen”, zegt hij. “Het is belangrijk om er goed over na te denken want eenmaal weg uit Zoetermeer is echt weg.”
Een unieke werkwijze van participatief ontzamelen wat nog nooit eerder is gebeurd en waarvoor een projectsubsidie is gekregen van de Gemeente Zoetermeer en een landelijk Faro subsidie van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed. De Ontzameling is gevestigd aan het Stadhuisplein 21 (oude pand van Happy Italy) en is gratis toegankelijk van 1 maart tot en met 27 april op woensdag, vrijdag en zaterdag van 12.00 tot 17.00 uur. Aanmelding voor de Werkgroepsessies waarderen van objecten onder begeleiding van experts is mogelijk vanaf 23 februari via de website www.museumdevoorde.nl.













